Hulpboeren
Dagbesteding op de boerderij
Bert en Ankie worden wat ouder en kunnen wel wat hulp gebruiken. Daarom zoeken zij hulpboeren die het leuk vinden om buiten bezig te zijn, voor de dieren te zorgen en samen de grote moestuin te onderhouden. Gezond eten en het leven op de boerderij staan daarbij centraal.
Op de zorgboerderij Tussen de Koeien bieden we kleinschalige dagbesteding aan licht tot matig verstandelijk beperkte (jong)volwassenen op maandag, dinsdag en donderdag van 9.00 uur tot 16.00 uur. Daarnaast zijn er ook mogelijkheden voor mensen met niet-aangeboren hersenletsel, autistische stoornis of lichamelijke beperkingen (Tussen de Koeien is rolstoeltoegankelijk).
Vanwege het open karakter van de zorgboerderij kunnen we geen hulpboeren aannemen met wegloop en/of agressief gedrag. Dit omdat de veiligheid van de hulpboeren, vrijwilligers, dieren en personeel voorop staat.
Onze visie en werkwijze
Een goed leven voor iedereen, dat is ons streven. Maar wat is een goed leven? Om op deze vraag antwoord te geven, werken wij volgens de LACCS-visie. Voor een goed leven moet het voor de hulpboer op de vijf
LACCS-gebieden goed voor elkaar zijn, namelijk;
1. Lichamelijk welzijn (je goed verzord voelen),
2. Alertheid (lekker slapen in de nacht en ontspannen overdag),
3. Contact (je begrepen, geliefd en gewaardeerd voelen),
4. Communicatie (je gehoord en begrepen voelen),
5. Stimulerende tijdsbesteding (dingen doen die je leuk vindt en iets nieuws ondernemen).
Een goed leven betekent dus dat het voor de hulpboer op elk van deze gebieden goed voor elkaar is.
Ontwikkelingsdenken
Om de juiste ondersteuning te kunnen bieden, werken we met het ontwikkelingsdenken. Dit beschrijft hoe iemand de wereld ervaart en onderscheidt drie fasen.
1. Sensatiefase – alles draait om zintuiglijke prikkels.
2. Klikfase – herkenning en verwachting: eerst dit, dan dat.
3. Begrijpfase – inzicht en beredeneren.
Mensen kunnen tussen deze fasen heen en weer bewegen, afhankelijk van omstandigheden zoals leuk, lekker en stress. Het is belangrijk dat wij als begeleiders begrijpen onder welke omstandigheden de hulpboer zich optimaal kan laten zien en wanneer hij of zij mogelijk terugvalt naar een eerdere fase. Zo kunnen wij de ondersteuning aanpassen en zorgen dat de hulpboer zich veilig en begrepen voelt en dat we de ontwikkeling blijven stimuleren op een manier die aansluit bij zijn of haar behoeften en mogelijkheden.
Kortom, een goed leven voor iemand met een verstandelijke beperking is er één waarin fysieke, emotionele en sociale behoeften vervuld worden, waar ruimte is voor groei en plezier en waar de ondersteuning afgestemd is op de unieke ontwikkelingsfase en omstandigheden van de hulpboer.



